Het Verhaal van Hent

|B| De Boon in de Tuin
Een doodgewone vent. Eén van het soort dat aan het verdwijnen is. Je ziet ze nog maar zelden. Personen met een bijzondere levenswijze en dito karakter. Ze gedijen het best in kleine, afgelegen plattelandsdorpen. Dit verhaal gaat over zo iemand.

boer zeis oude man

Zelf ben ik opgegroeid in zo'n klein, slaperig plattelandsdorp. Afgelegen en ingesloten tussen twee rivieren die fungeerden als natuurlijk barrières voor de grote (boze) buitenwereld. Door vakantiegangers vaak als pittoresk bestempeld. Lokale pubers wisten echter niet hoe snel ze weg moesten komen uit het dorp. Op zoek naar de 'grote' wereld.

In dat dorpje woonde een markante man. Zijn naam was Hent. Waarschijnlijk een afkorting van het veel deftigere en Roomse Hendricus. Het was een man van weinig cachet, dus daar had hij geen boodschap aan. Hent voldeed en daarmee was de kous af. Ik zal een jaar of zes geweest zijn. In mijn beleving was hij minstens honderd jaar oud. Althans, zo zag hij eruit. Eerlijk gezegd was ik er een beetje bang van.

Hij had altijd een grote zware ribfluwelen broek aan (Manchesterse broek) met daaronder gele klompen. Het geheel werd gecomplementeerd met een donker vest en dito pet. En met altijd, bedoel ik ook werkelijk altijd. Ik weet niet beter dan dat Hent er zo uit zag. Zelfs als de mussen van het dak vielen had Hent een dikke zwarte ribfluwelen broek aan. Als men ernaar vroeg zei hij: "wat goed is tegen de kou, is ook goed tegen de warmte'.

zeis haren wetten gras maaien
Het 'haren' van een zeis - By Louis Fraanje

Hent had een klein weilandje dat grensde aan onze tuin. Daar graasden 's zomers enkele schapen die in de wintermaanden bij hem achter op de deel stonden. Voor degenen met minder plattelandservaring: een deel is de werkruimte in de stal of schuur van een boerderij. De deel werd ook gebruikt om het graan te dorsen.

Om bij dat weilandje te komen kon hij kiezen voor de 'lange' óf de korte route. Voor die laatste moest hij dan wel door onze tuin. Mijn vader had daar geen problemen mee, en zo kwam het dat ik op warme zomerdagen weleens verrast opkeek als ik die oude man door onze tuin zag lopen. Je hoorde hem namelijk nooit aankomen. Ineens stond hij dan achter je en keek, zonder iets te zeggen, met een glazige blik. Het was een man van weinig woorden.

Gestaag maar geruisloos liep hij op z'n klompen naar het weilandje. Zijn wangen bol van de pruimtabak. en op z'n schouder een haarscherpe zeis. Een zeis zo scherp dat hij zich er ook mee scheerde (volgens de overlevering). Uit zijn achterzak stak een strekel en een haarijzer.

Voor het gemak stond er aan weerszijden van het gaas een kratje. Hent stond met één been op zo'n kratje en zwiepte met speels gemak zijn oude benen over het gaas. Eenmaal in het weilandje verdween de kleine Hent bijna volledig in het hoge gras.

oude boer pruimtabak
Deze man zou een broer van Hent kunnen zijn. 

Hij kauwde nog eens stevig op de pruim. Het overschot aan speeksel fluimde hij met een flinke vaart het gras in. Daarna haalde hij de strekel een paar keer langs de zeis en ging aan de slag. Langzaam maar gestaag. Een werktempo zoals alleen mensen van vroeger dat hebben. Het lijkt niet op te schieten, maar als je even niet oplet is het hele weiland gemaaid.

Hent nam geen pauze. Hij stamde uit de tijd dat het begrip pauze nog uitgevonden moest worden. Hij werkte gewoon door. Ook als het snikheet was. Na een goed uur had hij het weilandje gemaaid en verdween hij weer even geruisloos als dat hij gekomen was.

En zo leerde ik Hent kennen. Hij heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten. Hent is al een heel aantal jaren vertrokken naar de eeuwige jachtvelden. Ik denk dat hij daar een een goddelijke opdracht heeft. Hij maait de eeuwige jachtvelden met zijn vlijmscherpe zeis. De strekel in de kontzak en in z'n wang een flinke pruim. Volgens mij fluimt ie, licht grijnzend, af en toe zo'n flinke klodder naar ons hier beneden.

Deel dit bericht