Wacht met verspenen tot je twee 'échte' bladeren ziet. Kiembladeren (de eerste twee blaadjes) tellen nog niet mee. Als je twee echte bladeren ziet, dan is dat een teken dat er wortels aan zitten. Daardoor kunnen de zaailingen beter tegen een stootje en zullen ze sneller opknappen van de verplanting.
Pak de zaailing voorzichtig bij het kiemblad en 'lepel' hem uit de grond met een verspeenlepel of een theelepel of het platte stuk van een mes. Zet de zaailing met dat kluitje voorzichtig in een grotere pot en vul het af met aarde.
Het is zaak om de de aarde goed aan te drukken. Zo kunnen de zachte wortels van de zaailing goed contact maken met de aarde en dat bevordert het herstel. Het verspenen is nogal een klap voor zo'n kleine zaailing.
Daarna zet je de potjes in een bak met water en laat je ze flink wat water opzuigen. Doordat je de aarde goed hebt aangedrukt, treedt capillaire werking in gang. Dat zorgt ervoor dat het water omhoog gezogen wordt tussen de aardedeeltjes. Als de bovenkant van de aarde goed vochtig is, dan weet je dat de aarde ín het potje ook goed verzadigd is.
Laat ze daarna nog ongeveer een maand doorgroeien in hun nieuwe pot. Dat kan het beste in een kas, maar die heb ik zelf niet, dus zet ik ze binnen op de vensterbank. Ongeveer half mei, als de IJsheiligen (lees hier alles daarover) achter de rug zijn, dan kun je ze in de volle grond zetten.
In onderstaande foto zie je zaailingen die nog verspeend moeten worden. Je ziet dat het de hoogste tijd is dat ze wat meer ruimte krijgen. In de grijze bak (foto rechtsboven) staat Basilicum (Genovese), maar die is nog niet ontkiemt.